Ik ben er uit.
Onkruid wieden.
Taart bakken.
Plee poetsen.
Stofzuigen.
Koffie zetten.
Dweilen.
Boodschappen doen.
Praatje maken met cassière.
Aardbeien marineren.
Was draaien.
Peuk roken.
Nog een was draaien.
Zaadhuisjes van stokrozen verzamelen van de stoep en herplanten in tuin.
Ja ik zei zaadhuisjes.
Asbakken legen.
Taart proeven.
Slakkenzout strooien. Niet over taart maar in tuin.
Tour luisteren.
Koffie zetten, tweede pot.
Puzzel maken.
Taart koelen.
Glas wegbrengen.
In de zon zitten met perenijsje.
Wesp te slim af zijn.
Nu weet ik het zeker.
Ik wil huisvrouw worden.
Kluphuis-Affaire
Bijnamen. Het is vooral een kunst van jonge kinderen die in een handomdraai op jouw naam de meest gemene variaties verzinnen. Nou moet ik eerlijk toegeven dat ik hier nooit echt slachtoffer van ben geweest. Lea rijmt niet echt ergens op. Lea Ikea ontstond in een meubelzaak toen ik al oud genoeg was om een eigen bed te kopen.
Mijn achternaam, Kliphuis, is ook nooit echt aangetast door pesterijen. Verder dan Klipmuis kwamen ze vroeger niet, en ik wist heus zelf al wel dat ik niet de grootste was van de klas.
Kluphuis. De enige afgeleide van mijn naam. Het is bijna een geuzenaam. Geuzennaam. Gister is hij weer in het leven geroepen. Tot in the wee-wee hours. We lachten, dronken, rookten, zongen, declameerden wat, negeerden de opkomenende zon, in het kluphuis. Want GOD wat misten we het Valkhof. De soundtrack van een nacht in het Kluphuis. En dan naar bed.
Gooi die vuisten in de lucht!
O we will know, won’t we?
The stars will explode in the sky
O but they don’t, do they?
Stars have their moment and then they die
Air guitar op de bank!
Om vijf uur driestemmig zingen, kan heus! Heus!
……
En toen was het Kluphuis dicht. Tot de volgende keer.
And I’m getting older too
“Gefeliciteerd met mij!”, riep ik een paar keer terwijl ik me een weg probeerde te banen naar het hoofdpodium van de Affaire. Het was helemaal niet het plan om hier te zijn. Donderdag had ik al afscheid genomen van het park waar alle lichtjes door de stromende regen een mooie schittering kregen. Gister moest ik werken. Om twaalf uur zong de kroeg en kreeg ik mijn eerste cadeau: de rest van de avond vrij.
Zesentwintig alweer. Waarom voelt het alsof het vanaf hier alleen maar bergaf gaat? Rimpels, niet meer kunnen uitslapen, uitdijen, grijs worden, echte keuzes maken. Zal het allemaal gebeuren? Wat is er toch met 25? Alleen maar omdat het de helft van vijftig, of een kwart eeuw is, zou het zeker bijzonder zijn. Pah! Zesentwintig is ook prima, als in de helft van 52, en een kwart van honderdenvier! Op naar de rocksterrenleeftijd van 27. En dat maar eens overleven, dat schijnt veel lastiger!
God wat ben ik moe. Best leuk hoor, zo’n vierdaagsejaardag maar na zo’n week kan verjaren er eigenlijk niet meer zo goed bij. Moe. Ik word oud! En dat terwijl ik altijd de jongste was. Vroeger. Afijn. Een lied dan maar!
Geloof ik.
“Er zijn nog heel veel boeken die ik wil lezen.”
“De Torah?”
“Neuj, dat geloof ik wel.”
Een paar dagen eerder:
“Mensen, mensen bekeert u!,” roept iemand op straat. Het is zaterdag, het is druk en de laatste plek waar ik wil zijn is hier. “Bekeert u dan toch!” Even denk ik eraan de beste man te volgen, om te zien of hij resultaat boekt bij het publiek dat het slaan van blauwe ogen niet zou schuwen om als eerste het laatste paar schoenen maat 38,5 in de uitverkoop te mogen passen. En die zin behoeft geen komma. “Bekeert u, lieve mensen! Straks is het te laat!”
Ik vraag me even af of Jezus ook in de uitverkoop is en terwijl ik naar huis probeer te fietsen, het fietst nogal lastig over al die hoofden met Hennes en Hema tassen, zie ik een man die zich uit een kungfupanda-pak probeert te hijsen.
Electrolite
Het zou gaan regenen. En hard ook. “Bezoekers R.E.M.: neem vooral regenkleding mee!”, stond te lezen op de site van Live @ Westerpark. Buienrader.nl was zelfs uit de lucht. Ha, de ironie! Of: “You said that irony was the shackles of youth!”
Enkie en ik gingen op weg. In de auto de R.E.M. grabbeltas met werkelijk het hele oeuvre van de mannen uit Athens, Georgia. Op weg van Nijmegen naar Amsterdam lukte het niet om van iedere cd twee liedjes te draaien.
“If it’s gonna rain too hard, I owe each of you 2 euros, or a kiss,” sprak een zelfverzekerde Michael Stipe aan het begin van wat nu al als een legendarisch concert voelt. We zongen mee met Drive, Let me in, What’s the Frequency Kenneth, Electrolite, The Great Beyond, Bad Day, The one I love, Man on the Moon, Pretty Persuasion, Ignoreland, Walk Unafraid, zelfs een gans oude Don’t go back to Rockville, gezongen door Mike Mills en nieuwe juwelen Hollow Man, Untill the Day is Done en knaller Supernatural Superserious deden voor het oude werk niet onder.
Ik belde mijn broer een paar keer omdat ik hem miste bij de liedjes die ik niet zo hard had meegezongen als ze me niet door broerlief vroeger door de strot waren geduwd. Thanks for that.
Op de terugweg begonnen Enkie en ik een paar keer een zin met “het zou tof zijn geweest als ze..”. Maar iedere keer beseften we dat dat allemaal onzin was. Het was al geweldig.
Het was niet erg dat ze deze niet speelden:
Of deze, Thom was tenslotte nog in de buurt:
Ik was er zelfs al vrij snel overheen dat deze buiten beschouwing werd gelaten:
You are the star tonight
Your sun electric, outta sight
Your light eclipsed the moon tonight
Electrolite
You’re outta sight
Oh, en het bleef droog.
