Geef mij maar kunstgras.

Tien uur vanochtend. Aan de stemmen te horen, zijn het er twee. Een jongen en een meisje. Hun doel? Een slaperig fesivalpubliek enthousiasmeren voor heuse ochtendgymnastiek. In de ijdele hoop dat onze tent zou worden overgeslagen, draaien het Meisje en ik ons nog maar eens om. Aan ons lijf geen gymnastiek. En al helemaal niet ’s ochtends.
De stemmen klinken steeds verder weg. Een zucht van verlichting. Maar dan. Dan..

“Die tent hebben we nog niet gehad!”
Het meisje en ik fronsen alsof ons leven er vanaf hangt. “Nee, nee,” mompel ik nog. “Ik heb gister al gezongen. Ik heb mijn steentje bijge….” De rits wordt ontritst. Ze zullen toch zeker de binnentent niet betreden.
Behold! Daar is de rits van de binnentent. Ik hou me angstvallig vast aan de rits van mijn slaapzak. Laat me dan tenminste mijn laatste stukje waardigheid behouden op de vroege ochtend.

“Goeie goeie goeie MORREGEEEE!! Het is tijd voor ochtendgymnastiek! Wakker worden!”
Het meisje mompelt: “mmmm ja bedankt hè.”

De één gooit serpentines de tent in.
“Zeg. Ga es weg,” probeer ik. “We komen zo.”
De ander spuit de tent vol met een zekere luchtverfrisser.
Dat gaat me toch te ver. “Opzouten,” zeg ik op licht ironische toon.
“Oh? Oh? (kinderstemmetje) Hebben we hier te maken met een…ochtendhumeurtje? Hmm? Hihihi”

Op momenten als deze ben ik toch wel zo verschrikkelijk trots op mijn humeur.

Gepubliceerd in:  on augustus 27, 2008 at 7:06 pm Laat een reactie achter

De trackbackURI naar dit bericht is: http://dnlee.wordpress.com/2008/08/27/geef-mij-maar-kunstgras/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Leave a Comment