Elvis is overal in Memphis. Tankstations, hotels, wasserettes, slijterijen, autogarages en kleermakers zijn vernoemd naar The King, zijn huis of één van zijn hits. Maar Memphis is meer dan Elvis. Het Stax label, blues op Beale Street, de Gibson fabriek en natuurlijk de legendarische Sun Studio. Waar Sam Phillips in de jaren vijftig opnames maakte met The Million Dollar Quartet: Johnny Cash, Jerry Lee Lewis, Carl Perkins en, daar is hij weer, Elvis Presley. Maar dat waren niet de enige, ook Roy Orbison en Howlin’ Wolf stonden hier ooit te zingen. Ik moet eerlijk toegeven dat het toch wel voelde alsof ik een bedevaartsoord betrad. En ik zou liegen als ik zou zeggen dat het niet kriebelde toen ik even achter de microfoon stond. De studio is nog steeds in gebruik, maar alleen ’s avonds als de toeristen weer in hun hotel zitten. Overdag mag je voor 30 dollar een karaoke opname maken van een rock ‘n’ roll klassieker. Ha! Thanks, but no thanks.
Na een wandeling langs Beale Street en de Mississippi (constant mompelend: ‘zou Jeff Buckley dan hier verdronken zijn?’) besloten we naar Otherlands te gaan. Hier speel ik misschien een paar liedjes vanavond en veel liedjes morgenavond.
Zaterdag 4 april
‘Early morning, April 4
Shot rings out in the Memphis sky
Free at last, they took your life
They could not take your pride’
-U2 Pride (In the Name of Love)
Ik krijg dat nummer niet uit mijn hoofd vandaag. Misschien logisch. Memphis. 4 April. Dat is vragen om moeilijkheden, vragen om U2 de hele dag in je hoofd te hebben. Ach, ik kom er wel weer overheen. Bijvoorbeeld in het Stax Museum of American Soul Music in Soulsville. Dat kunnen die Amerikanen toch goed, dingen bewaren. Kostuums van Ike en Tina Turner, The Staple Singers en James Brown. Een muur met duizenden platen. Foto’s uit de privécollectie van Otis Redding, de pauwblauwe Cadillac van Isaac Hayes, het orgel van Booker T. & the MGs, een dansvloer omringd door tv-schermen met beelden uit de jaren ‘70 en natuurlijk de originele studioruimte.
Ik ben benieuwd naar vanavond. Gisteravond werden de paar liedjes toch meer dan twee. Het publiek is hier ongekend aandachtig en stil. Ik deelde de avond met vijf dames uit de omgeving, en ’s avonds stal ik stiekem de poster van de wc.
Zondag 5 april
Ok, het publiek was minder stil dan gister maar ik herkende gezichten van vrijdag! Ik had een paar fans in Memphis! Toch wel leuk, stiekem. Vandaag is een nieuwe dag met een nieuw geluid! We ontnuchteren vandaag in de kerk. En niet zomaar een kerk, nee, The Full Gospel Tabernacle Church van The Reverend Mister Al Green. Nou moet ik heel eerlijk toegeven dat ik zelden tot eigenlijk nooit een kerkdienst heb bijgewoond. Dus het was in meerdere opzichten een ervaring. De massahysterie, het gebral en gegil van dansende en springende dames, de hallelujah’s en de ‘oh yes Lord’ van de man die ooit alleen maar over liefde en sex zong, de prachtige gospels en een rockband in de kerk. The Reverend preekte over merchandise, over hoe hij zijn zakenpartner of manager ervan moest overtuigen dat er geen souvenirs verkocht mochten worden in The House of the Lord, net als Jezus met de tafels in de tempel. Een leermoment..Geen merchandise in Paradiso dus.
Maar wanneer Al begon te zingen, dan kreeg ik bijna de neiging om AAAMEN te roepen. Bijna. Kippenvel. Op uitnodiging van de aardige mensen van The Shack Up Inn besloten we voor een keer een stuk terug te rijden. Terug naar Clarksdale.
Zondag 29 Maart, Clarksdale Mississippi.
Dit is het land van de blues, het hart van de Mississippi Delta. The Crossroads waar Highway 61 de 49 kruist en waar volgens de legende Robert Johnson zijn ziel aan de duivel verkocht. Sam Cooke, Tennessee Williams, Son House en Ike Turner woonden er. En wij, wel tweeënhalve dag. Maar dit keer geen motel, hotel of Holiday Inn! Op een oude katoenplantage aan Highway 61 bevindt zich The Shack Up Inn en dit is een van de meest bijzondere plekken waar ik ooit geweest ben. The Inn heeft in de loop der jaren shacks, oude sharecroppers huisjes vanuit het hele gebied verzameld en op het land van een oude katoenfabriek gezet. De eigenaar kreeg ooit een verzoek van een paar toeristen of ze het huisje achter zijn huis mochten huren. Het idee was geboren en nu staan er een dozijn shacks op het terrein.
Op dit moment zit ik op een bank op de veranda van onze eigen Pinetop Perkins Shack. Pinetop, een blueslegende in het gebied, komt nog ieder jaar terug naar The Shack Up Inn en verblijft dan in dit huisje waar ook speciaal voor hem een piano is neergezet. De beste man is inmiddels 95 jaar oud. Vroeger werkte hij als tractorbestuurder op deze zelfde plantage.
Het is mooi weer en het is hier stil. Hier houden we het wel even uit. Het schijnt te spoken hier trouwens. Gelukkig kwam een aardige werknemer van de Inn, Hutch, ons dat nog even vertellen voor het slapen gaan.
Maandag 30 Maart.
Ontbijten op de veranda met zingende vogels op de achtergrond is heel fijn. Clarksdale is niet groot, gelukkig maar, hoe eerder we terug mogen op de veranda, hoe beter.
Na een bezoek aan het Delta Blues Museum besluiten we nog even de rivier gedag te zeggen. “Wat stond er op dat bord?,” vroeg Reisgenoot. “Ik zag het niet, vast niks bijzonders. Of misschien dat we moeten uitkijken voor beren ofzo.” (Het ‘kijk-uit-voor-overstekend-wild-bord’ in de VS heeft namelijk geen hert, maar een beer erop. Maar dat terzijde.)
Vanaf een parkeerplaats bij een fabriek keken we naar de machtige Mississippi. Op de terugweg lazen we het bord:
‘No trespassing. Violaters will be prosecuted..’ Ach, dat hebben we ook weer overleefd. We stopten nog bij het beroemde, bovengenoemde kruispunt. En hoewel we later vernamen dat dat kruispunt helemaal niet het oorspronkelijke kan zijn geweest, omdat ten tijde van Johnson de 49 nog ergens anders liep, was het toch wel gaaf.
Terug de veranda op, met de gitaar in de hand. En een biertje in de andere.
Dinsdag 31 Maart
Melancholisch word ik er van! The Clarksdale Blues! We zijn voor het eerst een beetje verdrietig dat we moeten gaan. Hoewel er natuurlijk nog van alles voor ons ligt, Memphis wordt de volgende stop, was Clarksdale en dan vooral The Shack Up Inn een plek waar ik al naar terug wilde voordat ik goed en wel weg was.
Onderweg naar Memphis besluiten we halverwege Elvis aan te zetten. Het is maar een uurtje rijden maar de indrukken van de Mississippi zijn nog lang niet verwerkt. The King helpt ons welkom te voelen in Memphis, Tennessee. Er staat veel op het programma maar we hebben gelukkig vijf dagen hier. We gaan natuurlijk naar Graceland, Sun Records, Stax Museum en Lorraine Motel waar zaterdag precies 41 jaar geleden Martin Luther King werd neergeschoten.
Woensdag 1 april
Grapje.
Donderdag 2 april
We zijn naar Graceland geweest! De hele dag..Het huis, het landgoed, de vliegtuigen en de auto’s, we hebben het allemaal gezien. En natuurlijk was The King overal te horen. Gek genoeg werden we niet Elvis moe en zit de cd nog steeds in de autoradio. Bij het graf van Elvis, naast het zwembad, begon het heel hard te regenen. Wat een ervaring.
Morgen en overmorgen speel ik in Memphis. Ik ben benieuwd hoe het gaat zijn. De videocamera zal er in elk geval bij zijn. Tot dan hier wat filmpjes van de eerste open mic in New Orleans: